Posts tonen met het label 2000-2010. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2000-2010. Alle posts tonen

maandag 22 augustus 2011

Woody Allen, Sounds From a Town I Love (2001)



Sounds From a Town I Love is een korte film van Woody Allen die hij maakte na de aanslagen van 9 september 2001. Hij duurt net geen drie minuten en werd op televisie uitgezonden tijdens een benefietconcert voor New York. Het is, de titel zegt het al, een liefdesverklaring aan New York en aan de mensen die er wonen. Wie op zoek is naar de kern van het werk van Woody Allen, Allens kijk op het leven, vindt die hier.

De camera volgt een aantal New Yorkers die bellend over straat lopen. We horen flarden van gesprekken, verslagen van vergissingen en nederlagen. Ook al kijken we naar acteurs met tekst, grappen van Allen, en hebben we dus te maken met fictie — de film heeft het effect van een documentaire, een snapshot van New York en zijn inwoners na 11 september. Een vriend aan de telefoon is bang en wil z’n bedrijf verplaatsen, weg uit New York. Een typische reactie in de weken en maanden na de aanslag. De grap (gemaakt door oudgediende Tony Roberts): “That’s just not feasible, you’re the head of the Port Authority!”

De aanslagen worden verder niet genoemd. Waarmee Allen eigenlijk wil zeggen: het leven gaat door.
Sounds From a Town I Love is dan ook een ode aan de veerkracht van New York. Het leven is het waard om geleefd te worden, ondanks alles. Het leven is mooi, al zijn de huren onbetaalbaar, bedriegt je vrouw je met je beste vriend, en willen terroristen je vermoorden. Daarom houdt Allen van New York: de levenslust overwint er altijd.


De film staat op YouTube.

donderdag 14 januari 2010

Top 10 van het decennium


Mijn lijstje met de 10 beste films van de jaren nul, in alfabetische volgorde:


Ook geweldig, de volgende 40 films:

Spike Lee, 25th Hour (2002)
Philippe Garrel, Les amants réguliers (2005)
Mary Harron, American Psycho (2000)
Martin Scorsese, The Aviator (2004)
Werner Herzog, The Bad Lieutenant: Port of Call—New Orleans (2009)
Richard Linklater, Before Sunset (2004)
Sidney Lumet, Before the Devil Knows You’re Dead (2007)
Hou Hsiao-hsien, Café Lumière (2003)
Martin Campbell, Casino Royale (2006)
Steven Spielberg, Catch Me If You Can (2002)
Alfonso Cuarón, Children of Men (2006)
Fernando Meirelles, Cidade de Deus (2002)
Michael Haneke, Code inconnu: Récit incomplet de divers voyages (2000)
Agnès Jaoui, Comme une image (2004)
Arnaud Desplechin, Un conte de Noël (2008)
Lars von Trier, Dancer in the Dark (2000)
Olivier Assayas, Demonlover (2002)
Bernardo Bertolucci, The Dreamers (2003)
Todd Haynes, Far from Heaven (2002)
Michael Haneke, Funny Games U.S. (2007)
Martin Scorsese, Gangs of New York (2002)
Werner Herzog, Grizzly Man (2005)
Steve McQueen, Hunger (2008)
Quentin Tarantino, Inglourious Basterds (2009)
Wong Kar-wai, In the Mood for Love (2000)
Jason Reitman, Juno (2007)
Ang Lee, Lust, Caution (2007)
Woody Allen, Melinda and Melinda (2004)
David Lynch, Mulholland Dr. (2001)
Terence Malick, The New World (2005)
Hirokazu Koreeda, Nobody Knows (2004)
Ethan & Joel Coen, No Country for Old Men (2007)
Darren Aronofsky, Requiem for a Dream (2000)
Ingmar Bergman, Saraband (2003)
Julian Schnabel, Le scaphandre et le papillon (2007)
François Ozon, Sous le sable (2000)
Charlie Kaufman, Synecdoche, New York (2008)
Paul Thomas Anderson, There Will Be Blood (2007)
Paul Greengrass, United 93 (2006)
Andrew Stanton, Wall-E (2008)
David Fincher, Zodiac (2007)

maandag 28 september 2009

Lars von Trier, Antichrist (2009)



‘I would like to invite you for a tiny glimpse behind the curtain, a glimpse into the dark world of my imagination: into the nature of my fears, into the nature of Antichrist.’
Lars von Trier

Hoe kaap je een filmfestival? Von Trier is terug. En hoe. Mei dit jaar was zijn nieuwe film Antichrist een succès de scandale op het filmfestival van Cannes. Vier mensen vielen flauw op de première. Tijdens de credits klonk er luid boegeroep en werd er smalend gelachen om de opdracht aan Tarkovski. Terwijl Michael Haneke, die andere grote filmmaker-provocateur van de Europese cinema, naar huis mocht met de Gouden Palm voor Das weiße Band, moest Von Trier, winnaar in 2000 met Dancer in the Dark, de aanvallen van de verontwaardigde Franse pers pareren. Dat deed hij door te zeggen dat hij de film niet had gemaakt voor de verzamelde journalisten of voor een publiek, maar als therapie om uit een twee jaar durende depressie te geraken. In plaats van op de bank naar het plafond te staren, regisseerde hij Antichrist, een filmisch equivalent van De Schreeuw van Munch. Daags na de vertoning, toen de gemoederen wat bedaard waren, bleken de opvattingen verdeeld over de artistieke waarde en het morele gehalte van de film. Is het een compromisloos meesterwerk van een maker die zijn demonen onder ogen durft te komen? Of zijn het de nieuwe kleren van een zelfingenomen vrouwenhater, een pretentieus werkstuk met een al even pretentieuze titel, enkel gemaakt om te shockeren? Over één ding waren vriend en vijand het eens: Antichrist is geen gemakkelijke film om te kijken.

De premisse van de film lijkt op die van Nicholas Roegs magisch-realistische horrorfilm Don’t Look Now uit 1974 over een stel dat na de verdrinking van hun dochtertje naar Venetië gaat, de stad van de dood. In Antichrist verliezen een man (Willem Dafoe) en een vrouw (Charlotte Gainsbourg) hun zoontje Nick. Zij blijven naamloos. In het script worden ze simpelweg aangeduid met Hij en Zij. Om het verlies te verwerken gaan ze naar hun afgelegen boshut genaamd Eden. Wat volgt is een kamerdrama in de natuur over twee gewonde mensen die zichzelf en de ander pijn doen en verminken, uit schuldgevoel, voor straf, opdat de pijn voor even het verdriet verzacht. Hij is therapeut van beroep en besluit haar aan cognitieve gedragstherapie te onderwerpen om haar van haar angsten te genezen. Exposure, dat helpt. Ze moet een lijst maken met dingen waar ze bang voor is. Bovenaan komt het bos rondom Eden. In deze scènes behandelt hij haar uit de hoogte, neerbuigend. Wanneer ze seks wil, wijst hij haar erop dat hij nu haar behandelaar is. De geluiden uit het bos beangstigen haar: ‘The cry of all things that are to die.’ Zijn reactie: ‘That’s all... very touching. If it was a children’s book.’ Hij is rationeel, analytisch, controlerend. Zij daarentegen is hysterisch (ik gebruik het woord bewust van zijn etymologie en geschiedenis, want Von Trier lijkt iets te willen zeggen over het wezen van de vrouw, waarover dadelijk meer). Op een gegeven moment knapt er iets in haar. Wat er gebeurt is dat zij gaat geloven in de waarheid van mannelijke ideeën over de grillige natuur van de vrouw, die zij in haar dissertatie, een work in progress getiteld Gynocide, een soort livre noir of zwartboek van geweld tegen vrouwen door de eeuwen heen, had verzameld.

Het is gruwelijk wat we voor onze netvliezen krijgen. Het Charlotte Gainsbourg-personage mutileert haar man en dan zichzelf. Niet voor niets werd Antichrist in Cannes aangekondigd als een horrorfilm. Maar meer nog dan een aantal bloederige, grand guignol-achtige special effects, is het de gepuncteerde stijl van de film die ervoor zorgt dat hij onder je huid kruipt. De groen-blauwe monochromie van het woud versterkt het hele huis clos-aspect van de film, de teruggetrokkenheid van de personages. We zijn getuige van een katabasis: een afdaling in de hel. Eden is een parallelle wereld, een symbolisch universum, dat niet compleet is zonder bijbehorend bestiarium (met onder andere een sprekende vos). Meester-manipulator Von Trier, die door zijn depressie nog niet in staat was zelf de camera te bedienen, zoals hij gewoon is, en de fotografie overliet aan Anthony Dod Mantle, bouwt de spanning op door nu eens te kiezen voor lange, zorgzuldig geframede, beklemmende tableaus, dan weer voor nerveuze handheld shots als in een Dogma-film.


We all go a little mad sometimes... Maar zo eenvoudig is het niet. Omdat de zij-figuur archetypisch moet worden geduid, als een soort Lilith of anti-Eva, ontkom je er haast niet aan de film te zien als een traktaat over de slechtheid van de vrouw in het algemeen. De psycho-analytische strekking dat het ego van mannen, bij de gratie van een superieure rationaliteit, sterker zou zijn in het reguleren en structureren van het id, terwijl vrouwen een willoos slachtoffer zijn van de instincten diep in hun natuur, maakt de film aanstootgevend. En dan is er nog de alternatieve spelling van Antichrist als Antichris♀.

We kunnen het verwijt van misogynie aan het adres van de filmmaker niet zomaar verwerpen. Dat maakt het natuurlijk geen slechte film, in ieder geval niet in puur esthetisch opzicht. En ter verdediging van Von Trier kan worden aangedragen dat niet alleen de vrouw schuldig is aan de ellende in de wereld. Zij maakt deel uit van een wereld waarin elk wezen zwanger is van de dood. Een terugkerend motief in de film is de val. Meteen in het eerste shot van de film zien we vallende waterdruppels. Nick, het zoontje, tuimelt uit het raam wanneer hij naar de sneeuwvlokken kijkt die uit de hemel vallen. In het bos ploft een naakt kuiken uit een boom en wordt opgegeten door een roofvogel. Er vallen bijbelse hagelstenen. Eikels regenen op een golfplaten dak en roetsjen naar beneden. Zij vertelt dat eiken honderd jaar worden en dat één nakomeling per boom genoeg is voor de soort om voort te bestaan. Zelfs voortplanting gaat gepaard met massaal sterven. ‘De natuur is de kerk van Satan’, weet Zij. Chaos heerst en de schepping is duivelswerk. Kon je bij films als Breaking the Waves, Dancer in the Dark of Dogville, die zich afspelen in kleine, geïsoleerde gemeenschappen, nog denken dat Von Trier de maatschappij de schuld geeft van het onrecht in de wereld, hier veroordeelt de Deen in 109 minuten (104 in de gekuiste versie) de wereld zelf. Want Eden is de wereld. Eden is Eden na de zondeval.

Charlotte Gainsbourg is fenomenaal in wat zo ongeveer de moeilijkste rol voor een actrice ooit moet zijn. Aanvankelijk dacht Von Trier aan Eva Green (wier voor- én achternaam haar voorbestemden voor deze rol), maar haar contract werd te complex, met te veel clausules. Je kunt je er iets bij voorstellen. Gainsbourg ging ervoor en won de juryprijs voor beste actrice in Cannes. De casting van Willem Dafoe is briljant, alleen al omdat hij Jezus speelde in Scorsese’s The Last Temptation of Christ.


Antichrist is een verpletterende film.

maandag 21 september 2009

David Cronenberg, A History of Violence (2005)



Op het eerste gezicht is The History of Violence van David Cronenberg een standaard misdaadthriller. Dit is de meest mainstream film van de Canadese cult-regisseur tot nog toe. Alleen als je weet wie de regisseur is, herken je thema’s uit zijn andere werk. Ze zijn er wel, maar liggen niet bepaald aan de oppervlakte.

Tom Stall (Viggo Mortensen) is de eigenaar van de plaatselijke diner in het fictieve stadje Millbrook, Indiana. Het is zo’n plaatsje in de Midwest waar iedereen elkaar kent en helpt: Hollywood-steno voor het goede, ongecorrumpeerde Amerika. Hij is gelukkig getrouwd met de advocate Edie (Maria Bello) en heeft twee schatten van kinderen. Hij woont in een mooi huis, compleet met brievenbus met rood vlaggetje, net buiten het stadje. Na een nachtmerrie van dochtertje Sarah over monsters stelt hij haar gerust: ‘There is no such thing as monsters.’ Het hele gezin komt bij haar op bed om haar te troosten. De ouders wisselen heimelijk een vertederde blik en vader heeft een arm om zijn zoon geslagen. It’s a wonderful life. Tom prijst zichzelf de gelukkigste man op aarde.

Zijn Amerikaanse Droom wordt ruw verstoord wanneer twee criminelen zijn zaak overvallen. Tijdens de overval verandert onze George Bailey in James Bond: hij gooit een kan koffie over één van de overvallers en schiet ze vervolgens allebei dood. Opeens is Tom nieuws: de hardwerkende American Hero die met gevaar voor eigen leven een werknemer (en zijn eigendom) verdedigde. De media-aandacht voor zijn heldenstatus heeft onverwachte gevolgen. In het spoor van de journalisten verschijnt de aan één oog blinde maffiabaas Carl Fogerty (Ed Harris) in Millbrook. Die beweert Tom te kennen als Joey Cusack. Wat blijkt: Tom heeft een duister verleden dat zijn familie en vrienden niet kennen. Hij was lid van de maffia in Philadelphia. Op een gegeven moment, voor hij in Millbrook Edie leerde kennen, heeft hij een nieuwe identiteit aangenomen en een geloofwaardig levensverhaal in elkaar gefabriekt. Carl komt wraak nemen voor iets wat lang geleden is gebeurd—de détails worden niet geheel duidelijk, maar doen er ook niet wezenlijk toe—en om zichzelf en zijn familie te beschermen moet Tom terugveranderen in Joey.

Op IMDb staat dat Harrison Ford de rol van Tom Stall afwees. Die was hem anders op het lijf geschreven: de film gaat over een everyman die zijn familie moet beschermen tegen kwaad van buitenaf (vergelijk Ford in Philip Noyce’s Patriot Games). Hij staat in een lange traditie van Hollywood-films, vooral westerns, waarin een held het tegen wil en dank moet opnemen tegen een groep outlaws. Het beruchtste voorbeeld is Straw Dogs (1971) van Sam Peckinpah. Omdat dit gegeven altijd gepaard gaat met een transformatie, betreden we Cronenberg-terrein. Maar Toms gedaanteverwisseling is minder schokkend dan die van de schizofrene gynaecoloog Jeremy Irons in Dead Ringers (1988), laat staan die van wetenschapper Jeff Goldblum in The Fly (1986). Dat maakt de film realistischer en verteerbaarder voor het grote publiek, maar gaat ten koste van Cronenbergs unieke visie: de scherpe kantjes zijn eraf. Omdat Tom een slecht verleden heeft, werkt de film twee kanten op. Toch gaat de film meer over de vraag of een slecht iemand goed kan worden, opnieuw met zijn leven kan beginnen, dan over de vraag of een goed iemand tot slechte dingen (geweld) in staat is, of wanneer geweld gerechtvaardigd is. Alleen indien we Toms twijfelachtige bewering dat Joey dood en begraven is accepteren, wordt de tweede vraag relevant.

De film heeft twee seksscènes, die samengenomen het hele verhaal terugbrengen tot de essentie. In de eerste verleidt Edie Tom in een cheerleaders-outfit. Het rollenspel vertelt ons twee dingen. Ten eerste dat het aan hun perfecte huwelijk ontbreekt dat Tom haar high school love was: ‘We never got to be teenagers together.’ Tom is immers niet, zoals ongetwijfeld de meeste inwoners van het stadje, opgegroeid in Millbrook. Ten tweede dat het stel in bed gewoonlijk geen spannende dingen doet. Toms reactie op het verkleedspelletje is onthullend: ‘What have you done with my wife?’ Als Edie hem ‘a bad boy’ noemt, is dat meer een wens dan een constatering. Hij speelt in zijn leven de rol van de brave, verantwoordelijke huisvader; kinky seks past daar niet bij. In de tweede seksscène, veel later in de film, is Tom veranderd in zijn vroegere zelf Joey. Na een ruzie achtervolgt hij Edie als ze naar boven vlucht. Hij grijpt haar bij haar enkels en neemt haar op de trap, onderwijl haar met z’n hand om haar nek in bedwang houdend. Wil de echte Tom Stall opstaan?

Waarnaar verwijst de titel van
A History of Violence? Het is de vraag of ‘geschiedenis’ alleen op het criminele verleden van Tom slaat of ook op een gaand proces. Zoon Jack (Ashton Holmes) rekent af met een kwelgeest van school: maakt hij dezelfde fout als zijn vader? Of is de film misschien een kritiek of deconstructie van het geweld in Hollywood-films? Moeten we ons schuldig voelen over onze identificatie met het personage gespeeld door Viggo Mortensen? Waarom dat zou moeten wordt niet duidelijk. Daarvoor weten we te weinig over wat er in het verleden is gebeurd en zijn de gangsters ook te slecht. Cronenberg moet iets gezien hebben in het rechttoe-rechtaan scenario van John Olsen, dat gebaseerd is op een graphic novel van John Wagner en Vincent Lock. Hij heeft er zeker een strak geconstrueerde thriller van gemaakt. Als diepgravend essay over geweld à la Haneke is de film echter mislukt.

maandag 31 augustus 2009

Quentin Tarantino, Inglourious Basterds (2009)



We zijn inmiddels gewend aan gratuit geweld in gangsterfilms. De expliciete geweldscènes in Tarantinofilms deden overijverige critici zelfs spreken van een nieuwe stroming in de filmkunst: de nouvelle violence. Geweld in oorlogsfilms was altijd bedoeld om de verschrikkingen van oorlog te laten zien. Of de resulterende gekte bij de soldaten. Aldo Raine en zijn mannen zijn óók gek, maar op een leuke manier. Het doden van Nazi’s is een business, niet een manier om te overleven. Ook al zijn de ‘klootzakken’ joods, hun motieven zijn in wezen niet anders dan die van Vincent en Jules in Pulp Fiction. De banaliteit van het kwaad, maar dan om te lachen.

Op de verhaallijn van Inglourious Basterds is genoeg aan te merken, ook als je meegaat in het sprookje en bereid bent voor de duur van tweeëneenhalf uur te vergeten hoe de Tweede Wereldoorlog is afgelopen. Maar de afzonderlijke scènes zijn zo knap geregisseerd, de dialogen zo flitsend en de acteerprestaties bijna zonder uitzondering zo goed, dat het niet uitmaakt dat de film als geheel een onsamenhangende indruk achterlaat. En dankzij het werk van Scorsese’s vaste cameraman Robert Richardson ziet het er allemaal ook nog eens fantastisch uit, met diepe kleuren en zelfs in de scène die zich afspeelt in een kelder Richardsons trademark: wit, mysterieus licht dat uit de hemel valt.