Posts tonen met het label Hollywood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hollywood. Alle posts tonen

maandag 22 augustus 2011

Woody Allen, Sounds From a Town I Love (2001)



Sounds From a Town I Love is een korte film van Woody Allen die hij maakte na de aanslagen van 9 september 2001. Hij duurt net geen drie minuten en werd op televisie uitgezonden tijdens een benefietconcert voor New York. Het is, de titel zegt het al, een liefdesverklaring aan New York en aan de mensen die er wonen. Wie op zoek is naar de kern van het werk van Woody Allen, Allens kijk op het leven, vindt die hier.

De camera volgt een aantal New Yorkers die bellend over straat lopen. We horen flarden van gesprekken, verslagen van vergissingen en nederlagen. Ook al kijken we naar acteurs met tekst, grappen van Allen, en hebben we dus te maken met fictie — de film heeft het effect van een documentaire, een snapshot van New York en zijn inwoners na 11 september. Een vriend aan de telefoon is bang en wil z’n bedrijf verplaatsen, weg uit New York. Een typische reactie in de weken en maanden na de aanslag. De grap (gemaakt door oudgediende Tony Roberts): “That’s just not feasible, you’re the head of the Port Authority!”

De aanslagen worden verder niet genoemd. Waarmee Allen eigenlijk wil zeggen: het leven gaat door.
Sounds From a Town I Love is dan ook een ode aan de veerkracht van New York. Het leven is het waard om geleefd te worden, ondanks alles. Het leven is mooi, al zijn de huren onbetaalbaar, bedriegt je vrouw je met je beste vriend, en willen terroristen je vermoorden. Daarom houdt Allen van New York: de levenslust overwint er altijd.


De film staat op YouTube.

maandag 21 september 2009

David Cronenberg, A History of Violence (2005)



Op het eerste gezicht is The History of Violence van David Cronenberg een standaard misdaadthriller. Dit is de meest mainstream film van de Canadese cult-regisseur tot nog toe. Alleen als je weet wie de regisseur is, herken je thema’s uit zijn andere werk. Ze zijn er wel, maar liggen niet bepaald aan de oppervlakte.

Tom Stall (Viggo Mortensen) is de eigenaar van de plaatselijke diner in het fictieve stadje Millbrook, Indiana. Het is zo’n plaatsje in de Midwest waar iedereen elkaar kent en helpt: Hollywood-steno voor het goede, ongecorrumpeerde Amerika. Hij is gelukkig getrouwd met de advocate Edie (Maria Bello) en heeft twee schatten van kinderen. Hij woont in een mooi huis, compleet met brievenbus met rood vlaggetje, net buiten het stadje. Na een nachtmerrie van dochtertje Sarah over monsters stelt hij haar gerust: ‘There is no such thing as monsters.’ Het hele gezin komt bij haar op bed om haar te troosten. De ouders wisselen heimelijk een vertederde blik en vader heeft een arm om zijn zoon geslagen. It’s a wonderful life. Tom prijst zichzelf de gelukkigste man op aarde.

Zijn Amerikaanse Droom wordt ruw verstoord wanneer twee criminelen zijn zaak overvallen. Tijdens de overval verandert onze George Bailey in James Bond: hij gooit een kan koffie over één van de overvallers en schiet ze vervolgens allebei dood. Opeens is Tom nieuws: de hardwerkende American Hero die met gevaar voor eigen leven een werknemer (en zijn eigendom) verdedigde. De media-aandacht voor zijn heldenstatus heeft onverwachte gevolgen. In het spoor van de journalisten verschijnt de aan één oog blinde maffiabaas Carl Fogerty (Ed Harris) in Millbrook. Die beweert Tom te kennen als Joey Cusack. Wat blijkt: Tom heeft een duister verleden dat zijn familie en vrienden niet kennen. Hij was lid van de maffia in Philadelphia. Op een gegeven moment, voor hij in Millbrook Edie leerde kennen, heeft hij een nieuwe identiteit aangenomen en een geloofwaardig levensverhaal in elkaar gefabriekt. Carl komt wraak nemen voor iets wat lang geleden is gebeurd—de détails worden niet geheel duidelijk, maar doen er ook niet wezenlijk toe—en om zichzelf en zijn familie te beschermen moet Tom terugveranderen in Joey.

Op IMDb staat dat Harrison Ford de rol van Tom Stall afwees. Die was hem anders op het lijf geschreven: de film gaat over een everyman die zijn familie moet beschermen tegen kwaad van buitenaf (vergelijk Ford in Philip Noyce’s Patriot Games). Hij staat in een lange traditie van Hollywood-films, vooral westerns, waarin een held het tegen wil en dank moet opnemen tegen een groep outlaws. Het beruchtste voorbeeld is Straw Dogs (1971) van Sam Peckinpah. Omdat dit gegeven altijd gepaard gaat met een transformatie, betreden we Cronenberg-terrein. Maar Toms gedaanteverwisseling is minder schokkend dan die van de schizofrene gynaecoloog Jeremy Irons in Dead Ringers (1988), laat staan die van wetenschapper Jeff Goldblum in The Fly (1986). Dat maakt de film realistischer en verteerbaarder voor het grote publiek, maar gaat ten koste van Cronenbergs unieke visie: de scherpe kantjes zijn eraf. Omdat Tom een slecht verleden heeft, werkt de film twee kanten op. Toch gaat de film meer over de vraag of een slecht iemand goed kan worden, opnieuw met zijn leven kan beginnen, dan over de vraag of een goed iemand tot slechte dingen (geweld) in staat is, of wanneer geweld gerechtvaardigd is. Alleen indien we Toms twijfelachtige bewering dat Joey dood en begraven is accepteren, wordt de tweede vraag relevant.

De film heeft twee seksscènes, die samengenomen het hele verhaal terugbrengen tot de essentie. In de eerste verleidt Edie Tom in een cheerleaders-outfit. Het rollenspel vertelt ons twee dingen. Ten eerste dat het aan hun perfecte huwelijk ontbreekt dat Tom haar high school love was: ‘We never got to be teenagers together.’ Tom is immers niet, zoals ongetwijfeld de meeste inwoners van het stadje, opgegroeid in Millbrook. Ten tweede dat het stel in bed gewoonlijk geen spannende dingen doet. Toms reactie op het verkleedspelletje is onthullend: ‘What have you done with my wife?’ Als Edie hem ‘a bad boy’ noemt, is dat meer een wens dan een constatering. Hij speelt in zijn leven de rol van de brave, verantwoordelijke huisvader; kinky seks past daar niet bij. In de tweede seksscène, veel later in de film, is Tom veranderd in zijn vroegere zelf Joey. Na een ruzie achtervolgt hij Edie als ze naar boven vlucht. Hij grijpt haar bij haar enkels en neemt haar op de trap, onderwijl haar met z’n hand om haar nek in bedwang houdend. Wil de echte Tom Stall opstaan?

Waarnaar verwijst de titel van
A History of Violence? Het is de vraag of ‘geschiedenis’ alleen op het criminele verleden van Tom slaat of ook op een gaand proces. Zoon Jack (Ashton Holmes) rekent af met een kwelgeest van school: maakt hij dezelfde fout als zijn vader? Of is de film misschien een kritiek of deconstructie van het geweld in Hollywood-films? Moeten we ons schuldig voelen over onze identificatie met het personage gespeeld door Viggo Mortensen? Waarom dat zou moeten wordt niet duidelijk. Daarvoor weten we te weinig over wat er in het verleden is gebeurd en zijn de gangsters ook te slecht. Cronenberg moet iets gezien hebben in het rechttoe-rechtaan scenario van John Olsen, dat gebaseerd is op een graphic novel van John Wagner en Vincent Lock. Hij heeft er zeker een strak geconstrueerde thriller van gemaakt. Als diepgravend essay over geweld à la Haneke is de film echter mislukt.

zaterdag 12 september 2009

Howard Hawks, To Have and Have Not (1944)



Een tamelijk goede recensie van To Have and Have Not hoeft maar te bestaan uit drie woorden: Bogy en Bacall. Dit was hun eerste samenwerking en tevens het debuut van Lauren Bacall. Howard Hawks had haar gezien op de cover van Harper’s Bazaar, nodigde haar uit voor een screentest en op haar negentiende schitterde ze naast Humphrey Bogart als de zelfverzekerde, dievegge geworden wegloopster van huis Marie ‘Slim’ Browning die valt voor de charmes van ruwe bolster, blanke pit Bogy. Nog nooit had een vrouw op het witte doek zoveel seks uitgestraald. Met haar rijzige figuur, gehuld in een getailleerde pied-de-poule, nog imposanter door de masculiene schoudervullingen die ze draagt, haar gebeeldhouwde gelaatstrekken, haar diepe stem en een ironische blik die alles opmerkt (‘the look’), gaat ze aan de haal met de film. Hollywood zag niet alleen de geboorte van een nieuwe ster; het zag de geboorte van een nieuw soort vrouw, één die zich niet op voorhand excuseert voor haar seksualiteit. En Bogart? Bogart is Bogart. We kijken niet naar Harry Morgan, verhuurder van een vissersboot op het door Vichy-Frankrijk bestuurde eiland Mauritius, we kijken gewoon naar Humphrey Bogart. De laatste keer dat we hem zagen had hij een café in Casablanca, maar blijkbaar is hij op Mauritius verzeild geraakt.

Het scenario van Jules Furthman en niemand minder dan William Faulkner is losjes gebaseerd op de gelijknamige roman van Ernest Hemingway, die de schrijver zelf overigens zijn slechtste vond. Veel is weggelaten. De handeling is getransponeerd van Key West en Cuba naar Mauritius en van de crisisjaren naar de Tweede Wereldoorlog. Alleen de titel verraadt dat in het verhaal van Hemingway het contrast tussen rijk en arm, de haves en have-nots, een belangrijke rol speelt. Hawks lijkt overigens weinig geïnteresseerd in het nogal routineuze verhaal. Het overzetten door Harry Morgan van de vrije Fransen dient vooral het doel van het benadrukken van zijn Hawkiaanse, mannelijke professionaliteit. Van een tragisch conflict tussen werk en meisje, meesterlijk uitgewerkt in Only Angels Have Wings uit 1939, is echter geen sprake. Marie wil Harry niet domesticeren. Ook de mannelijke kameraadschap is aanwezig. Er is de vriendschap tussen Harry en de aan de drank geraakte Eddie—‘a good man on the boat before he got to be a rummy’—, gespeeld door Walter Brennan (Stumpy in Rio Bravo). Hun scènes zorgen voor comic relief. Net als Rick in Casablanca, is Harry te cynisch om een kant te kiezen in de oorlog. Of misschien realistisch genoeg om in te zien dat zijn loyaliteit weinig verschil maakt. Wel ziet hij het als zijn morele plicht om voor een naaste te zorgen, zonder zich daarvoor op de borst te kloppen. Harry vertegenwoordigt een soort Amerikaans pragmatisme dat Hawks aansprak en dat we kennen uit de western. Je doet wat je kunt en dat is genoeg. Minding your own business. Het verhaal is dus een vehikel voor de thema’s van de auteur Hawks, maar vooral de achtergrond waartegen de romance tussen Harry en Marie zich afspeelt.

Eén van de hoogtepunten in de film is de ondervraging van Harry en Marie door de Nazi’s na de dood van de Amerikaan Johnson (Walter Sande). De mis-en-scène is typisch Hawks: zorgvuldig gecomponeerde, ‘volle’ shots, met actie in de voor- en achtergrond. Terwijl Harry, op z’n hoede, zoals eigenlijk altijd, de vragen van kapitein Renard (Dan Seymour) beantwoordt, steekt Marie, out of focus maar in het midden van het beeld, een sigaret op. Ze is allerminst onder de indruk van de intimidaties. Zelfs als ze in het gezicht geslagen wordt, blijft ze cool. Harry is dan al lang voor haar gevallen.

En dan is er natuurlijk die klassieke scène waarin Harry en Marie, of Steve en Slim, zoals ze elkaar noemen, elkaar krijgen. De chemie tussen het paar op het doek is echt, want een jaar na de film was Bacall Mrs Bogart—tot chagrijn van Hawks, die haar immers het eerst had gezien. Hawks toont het spel van aantrekken en afstoten door hen heen en weer te laten gaan met een fles wijn tussen hun tegenover elkaar gelegen hotelkamers. Uiteindelijk is het Marie die het initiatief neemt. Bogart en Bacall zouden nog drie keer samen in een film spelen (in The Big Sleep, ook van Hawks, Dark Passage van Delmer Daves en Key Largo van John Huston), maar dit is hun beste scène. De beroemde woorden waarmee Marie afscheid neemt, zijn geschreven door Hawks zelf: ‘You know how to whistle, don’t you Steve? You just put your lips together and… blow.’

maandag 31 augustus 2009

Quentin Tarantino, Inglourious Basterds (2009)



We zijn inmiddels gewend aan gratuit geweld in gangsterfilms. De expliciete geweldscènes in Tarantinofilms deden overijverige critici zelfs spreken van een nieuwe stroming in de filmkunst: de nouvelle violence. Geweld in oorlogsfilms was altijd bedoeld om de verschrikkingen van oorlog te laten zien. Of de resulterende gekte bij de soldaten. Aldo Raine en zijn mannen zijn óók gek, maar op een leuke manier. Het doden van Nazi’s is een business, niet een manier om te overleven. Ook al zijn de ‘klootzakken’ joods, hun motieven zijn in wezen niet anders dan die van Vincent en Jules in Pulp Fiction. De banaliteit van het kwaad, maar dan om te lachen.

Op de verhaallijn van Inglourious Basterds is genoeg aan te merken, ook als je meegaat in het sprookje en bereid bent voor de duur van tweeëneenhalf uur te vergeten hoe de Tweede Wereldoorlog is afgelopen. Maar de afzonderlijke scènes zijn zo knap geregisseerd, de dialogen zo flitsend en de acteerprestaties bijna zonder uitzondering zo goed, dat het niet uitmaakt dat de film als geheel een onsamenhangende indruk achterlaat. En dankzij het werk van Scorsese’s vaste cameraman Robert Richardson ziet het er allemaal ook nog eens fantastisch uit, met diepe kleuren en zelfs in de scène die zich afspeelt in een kelder Richardsons trademark: wit, mysterieus licht dat uit de hemel valt.